doorbrengen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- door·bren·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorbrengen |
bracht door |
doorgebracht |
| zwak -cht | volledig | |
Werkwoord
doorbrengen
- (overgankelijk) een zekere tijd ergens verblijven
- We hebben de vakantie in Zuid-Afrika doorgebracht.
Vertalingen
1. een zekere tijd ergens verblijven