pass

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to pass
he/she/it passes
verleden tijd passed
voltooid
deelwoord
passed
onvoltooid
deelwoord
passing
gebiedende wijs pass

Werkwoord

pass

  1. voorbijgaan, passeren
    «He passed he car before him.»
    Hij passeerde de auto voor hem.
  2. slagen
    «He passed all his exams.»
    Hij is geslaagd voor al zijn examens.
Uitdrukkingen en gezegden
  • to pass the time
de tijd passeren

Frase

pass away

  1. (eufemisme) doodgaan, overlijden, sterven
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • to pass away peacefully
vredig overlijden
«Jim was taken ill and passed away peacefully on 28-02-11.»
Jim werd ziek en overleed vredig op 28 feb 2011.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen