dienen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- die·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| dienen |
diende |
gediend |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
dienen
- (overgankelijk) iemand ~: een ander persoon het naar de zin maken
- Vele jaren diende hij zijn heer en meester.
- (onovergankelijk) ~ voor: van nut zijn
- Ik weet ook niet waar dat voor dient.