dienen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • die·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dienen
diende
gediend
zwak -d volledig

Werkwoord

dienen

  1. (overgankelijk) iemand ~: een ander persoon het naar de zin maken
    Vele jaren diende hij zijn heer en meester.
  2. (onovergankelijk) ~ voor: van nut zijn
    Ik weet ook niet waar dat voor dient.
Vertalingen