behoren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·ho·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| behoren |
behoorde |
behoord |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
behoren
- (inergatief) ~ bij een eenheid vormen met of een onderdeel uitmaken van.
- Vroeger behoorde Indonesië bij Nederland.
- onderdeel uitmaken van wat gebruikelijk is of tot de fatsoensnormen gerekend wordt.
- Dit behoort met een stemming gepaard te gaan.
Vaste voorzetsels
- behoren bij
- behoren tot
Vertalingen
2. onderdeel uitmaken van wat gebruikelijk is of tot de fatsoensnormen gerekend wordt
Werkwoord
behoren tot
- onderdeel zijn van
- Vies sanitair en vieze toiletten behoren tot de grootste ergernissen van Nederlandse werknemers.