denigreren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- de·ni·gre·ren
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Latijnse denigrare.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| denigreren |
denigreerde |
gedenigreerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
denigreren
- (overgankelijk) op spottende en laatdunkende wijze bekritiseren
- Het is niet bedoeld om te denigreren.
- zwartmaken
Synoniemen
- [1] beschimpen, kleineren, minachten, schamperen, smalen, spotten
- [2] belasteren, zwartmaken