beschimpen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: beschimpen (hulp, bestand)
Woordafbreking
- be·schim·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beschimpen |
beschimpte |
beschimpt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
beschimpen
- (overgankelijk) met scheldwoorden overladen
- Hij werd beschimpt en bespot.