zwartmaken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zwart·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| zwartmaken |
maakte zwart |
zwartgemaakt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
zwartmaken
- iemand van laakbare daden beschuldigen
- De koningin heeft nog nooit iemand zwartgemaakt.