zwartmaken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwart·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zwartmaken
maakte zwart
zwartgemaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

zwartmaken

  1. iemand van laakbare daden beschuldigen
    De koningin heeft nog nooit iemand zwartgemaakt.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen