date
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- date
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| daten |
date
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van daten
- Ik date.
- gebiedende wijs van daten
- Date!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van daten
- Date je?
- aanvoegende wijs van daten
Engels
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| date | dates |
Zelfstandig naamwoord
date
- datum
- afspraakje om met iemand een avondje uit te gaan
- (fruit) dadel
Frans
Zelfstandig naamwoord
date v