daten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- da·ten
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Engelse date (romantische afspraak).
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| daten |
datete |
gedatet |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
daten
- meerdere dates, afspraakjes maken met iemand
- Ik datete hem een tijdje.
- We hebben eerst een tijd gemaild en ge-sms't en daarna pas gedatet.