daten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • da·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Engelse date (romantische afspraak).
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
daten
datete
gedatet
zwak -t volledig

Werkwoord

daten

  1. meerdere dates, afspraakjes maken met iemand
    Ik datete hem een tijdje.
    We hebben eerst een tijd gemaild en ge-sms't en daarna pas gedatet.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen