competentie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- com·pe·ten·tie
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | competentie | competenties |
| verkleinwoord | competentietje | competentietjes |
Zelfstandig naamwoord
competentie m
- een ontwikkelbaar vermogen van mensen waarmee ze in voorkomende situaties adequaat, gemotiveerd, proces- en resultaatgericht kunnen handelen
- een cluster van samenhangende kennis, vaardigheden en houdingen, deskundigheid, geschiktheid
- De nieuwe medewerker heeft de competenties om een manager te worden.
- bevoegdheid tot handelen of oordelen
- (geologie) de mate waarin een gesteente bestand is tegen erosie
- Het gedolomitiseerde koraal vormde vanwege de grote competentie een verhoging in het landschap en verkreeg door erosie de grillige vormen waar de Dolomieten bekend om zijn.[2]
- competentie bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
- [1], [2] bekwaamheid, vaardigheid, vermogen, capaciteit
- [2] leerdoel
- [3] erosiebestendigheid
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- competentiecentrum, competentieconflict, competentiegebied, competentiegeschil, competentiekwestie, competentiescheiding, competentiestrijd, competentietwist, competentievraag
Antoniemen
Vertalingen
1. een ontwikkelbaar vermogen van mensen waarmee ze in voorkomende situaties adequaat, gemotiveerd, proces- en resultaatgericht kunnen handelen
Verwijzingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.