vaardigheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Nederland) /ˈvaːrdəxɦɛːɪt/
- (Vlaanderen) /ˈvaːrdəxɦɛːt/
Woordafbreking
- vaar·dig·heid
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vaardigheid | vaardigheden |
| verkleinwoord | vaardigheidje | vaardigheidjes |
Zelfstandig naamwoord
vaardigheid v
- vermogen om een handeling bekwaam uit te voeren of een probleem juist op te lossen.
- Zij heeft de vaardigheid goed met kinderen om te kunnen gaan.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. vermogen om iets goed te doen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.