vaardigheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vaar·dig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vaardigheid vaardigheden
verkleinwoord vaardigheidje vaardigheidjes

Zelfstandig naamwoord

vaardigheid v

  1. het vermogen om een handeling bekwaam uit te voeren of een probleem juist op te lossen
    Zij heeft de vaardigheid goed met kinderen om te kunnen gaan.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen