claim
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- claim
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | claim | claims |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
claim m
- aanspraak op vergoeding van schade
- De gemeente acht zich niet schuldig en wijst claims af.
- recht op bepaald stuk grond
- Het land houdt vast aan zijn claim op het eiland.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| claimen |
claim