claim

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • claim

Werkwoord

vervoeging van
claimen

claim

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van claimen
    Ik claim.
  2. gebiedende wijs van claimen
    Claim!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van claimen
    Claim je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen