circuit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- cir·cuit
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | circuit | circuits |
| verkleinwoord | circuitje | circuitjes |
Zelfstandig naamwoord
circuit o
- (sport) omloop voor snelheidswedstrijden
- De Italiaanse motorcoureur werd als eerste afgevlagd op het circuit van Assen.
- (natuurkunde), (elektronica) elektronisch netwerk
- (luchtvaart) afgebakende vliegroute
- (figuurlijk) gesloten groep mensen die met elkaar omgaan, kring
- De moord bleek een afrekening in het criminele circuit te zijn.
Synoniemen
- [1] omloop
- [2] stroomloop, schakeling
- [4] milieu
Vertalingen
1. omloop voor snelheidswedstrijden
2. elektronisch netwerk
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.