cheque
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- che·que
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cheque | cheques |
| verkleinwoord | chequeje | chequejes |
Zelfstandig naamwoord
cheque m
- schriftelijke betalingsopdracht waardoor een bedrag via de bank wordt overgeschreven of uitbetaald
Verwante begrippen
Spreekwoorden
- Een blanco cheque krijgen.
- (Zelf mogen bepalen,voor iemand anders, hoeveel men uitgeeft voor een bepaalde zaak)
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Spaans
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| cheque | cheques |
Zelfstandig naamwoord
cheque m
- cheque
- La había visto firmar cheques sobre cuentas inexistentes, apoyar rotundas falsedades, estrechar manos que iba a traicionar. [1]
Synoniemen
Verwante begrippen
- cheque al portador
- cheque cruzado
- cheque de viaje
- cheque en blanco
- cheque postal
- cobrar un cheque
- cuenta corriente
- firmar
- talonario de cheques
Verwijzingen
- ↑ Arturo Pérez-Reverte, El club Dumas, 1993 (2008 uitg., ISBN 978-84-663-2070-2)