camion
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ca·mi·on
Woordherkomst en -opbouw
- Ontleend aan het Franse camion.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | camion | camions |
| verkleinwoord | camionnetje | camionnetjes |
Zelfstandig naamwoord
camion m
- (informeel), (België) een wagen voor goederenvervoer
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Frans
Uitspraak
Woordafbreking
- ca·mion
Woordherkomst en -opbouw
- Een Normandisch-Picardische vorm van onbekende oorsprong, mogelijk te verbinden met chemin ("weg").
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| camion | le camion | camions | les camions |
Zelfstandig naamwoord
camion m
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
(informeel) beau comme un camion
- niet erg mooi
tombé d'un camion
- gestolen
Italiaans
Uitspraak
- IPA: /ˈkamjon/
Woordafbreking
- ca·mi·on
Woordherkomst en -opbouw
- Ontleend aan het Franse camion.
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| camion | camion |
Zelfstandig naamwoord
camion m
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Roemeens
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nominatief en accusatief | camion | camioane |
| lidwoordsvorm | camionul | camioanele |
| datief en genitief | camion | camioane |
| vocatief | - | - |
Woordherkomst en -opbouw
- Ontleend aan het Franse camion.
Zelfstandig naamwoord
camion o