boksen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bok·sen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | boksen | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
boksen o
- (sport) een tactische vechtsport
Vertalingen
1. een tactische vechtsport
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| boksen |
bokste |
gebokst |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
boksen
- (overgankelijk) vuistvechten als sport
- Hij heeft zijn laatste wedstrijd gebokst en verloren.
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.