blijven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- blij·ven
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| blijven blɛɪvə(n) |
bleef blef |
gebleven ɣəblevə(n) |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
blijven
- (koppelwerkwoord) ~ + predikaat niet veranderen, voortduren.
- Het blijft vervelend, zoiets.
- (modaal werkwoord) ~ + onbepaalde wijs niet veranderen, voortduren.
- De bal, die tegen de muur geworpen wordt, blijft terugkomen.
- (ergatief) ergens vertoeven.
- Hij wilde graag op die camping blijven.
Afgeleide begrippen
Afgeleide werkwoorden
Vertalingen
1. niet veranderen
3. ergens vertoeven