blijven

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blij·ven
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blijven
blɛɪvə(n)
bleef
blef
gebleven
ɣəblevə(n)
klasse 1 volledig

Werkwoord

blijven

  1. (koppelwerkwoord) ~ + predikaat niet veranderen, voortduren.
    Het blijft vervelend, zoiets.
  2. (modaal werkwoord) ~ + onbepaalde wijs niet veranderen, voortduren.
    De bal, die tegen de muur geworpen wordt, blijft terugkomen.
  3. (ergatief) ergens vertoeven.
    Hij wilde graag op die camping blijven.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen