nablijven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·blij·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nablijven
bleef na
nagebleven
klasse 1 volledig

Werkwoord

nablijven

  1. (ergatief) langer blijven dan de normale tijd, bijvoorbeeld de schooltijd
    Hij is nog enige tijd nagebleven om zijn werk af te maken.