billig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • bil·lig
stellend vergrotend overtreffend
billig
billigare
billigast

Bijvoeglijk naamwoord

billig

  1. goedkoop
    «Mjölken är billig den här veckan.»
    De melk is goedkoop deze week.
Antoniemen