billig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Zweeds
Uitspraak
Woordafbreking
- bil·lig
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| billig |
billigare |
billigast |
Bijvoeglijk naamwoord
billig
- goedkoop
- «Mjölken är billig den här veckan.»
- De melk is goedkoop deze week.
- «Mjölken är billig den här veckan.»