bevallig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·val·lig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bevallig bevalliger bevalligst
verbogen bevallige bevalligere bevalligste
partitief bevalligs bevalligers -

Bijvoeglijk naamwoord

bevallig

  1. -gewoonlijk vrouwelijke- schoonheid bezittend die bij anderen -gewoonlijk mannen- in de smaak valt.
    Toen het bevallige meisje binnenliep, trok zij de aandacht van alle mannen aan de bar.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl