innemend
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·ne·mend
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | innemend | innemender | innemendst |
| verbogen | innemende | innemendere | innemendste |
Bijvoeglijk naamwoord
innemend
- aardig, sympathiek.
- Met een zeer innemende houding wint hij het vertrouwen van zijn klanten.
- aantrekkelijk, behaaglijk, verleidelijk.
- Hij maakte op een innemende manier kennis met de bijbel.
Afgeleide begrippen
Woordherkomst en -opbouw
| vervoeging van |
|---|
| innemen |
innemend
- onvoltooid deelwoord van innemen