innemend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ne·mend
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen innemend innemender innemendst
verbogen innemende innemendere innemendste

Bijvoeglijk naamwoord

innemend

  1. aardig, sympathiek.
    Met een zeer innemende houding wint hij het vertrouwen van zijn klanten.
  2. aantrekkelijk, behaaglijk, verleidelijk.
    Hij maakte op een innemende manier kennis met de bijbel.
Afgeleide begrippen
Woordherkomst en -opbouw
vervoeging van
innemen

innemend

  1. onvoltooid deelwoord van innemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen