bespreking
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bespreking (hulp, bestand)
- IPA: /bəˈsprekɪŋ/
Woordafbreking
- be·spre·king
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van bespreken met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bespreking | besprekingen |
| verkleinwoord | besprekinkje | besprekinkjes |
Zelfstandig naamwoord
bespreking v
- een mondeling overleg.
- Zij hielden een bespreking over het vorderen van hun project
Vertalingen
1. een mondeling overleg