bespreken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·spre·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bespreken
/bə.'spre.kə(n)/
besprak
/bə.sprɑk/
besproken
/bə.'spro.kə(n)/
klasse 4 volledig

Werkwoord

bespreken

  1. (overgankelijk) een gesprek over een bepaald onderwerp voeren
    Zij bespraken de groeiende spanning rond Iran.
  2. (overgankelijk) beoordelen, recenseren
    Het boek werd in het literaire supplement besproken.
  3. (overgankelijk) vooruit bestellen
    Zij wilden voor de avondvoorstelling twee plaatsen bespreken.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen