besef

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·sef
enkelvoud meervoud
naamwoord besef
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

besef o

  1. een reëel bewustzijn.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
beseffen

besef

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beseffen
    Ik besef.
  2. gebiedende wijs van beseffen
    Besef!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beseffen
    Besef je?
Persoonlijke instellingen
Andere talen