benul
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·nul
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | benul | - |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
benul o
- besef, begrip, idee
- Je moet wel enig benul hebben van wat je aan het doen bent.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- geen flauw benul van iets hebben