inzicht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈɪnzɪχt/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈɪnzɪxt/
- (Limburg): /ˈɪnzɪx/
Woordafbreking
- in·zicht
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van inzien (met het achtervoegsel -t).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | inzicht | inzichten |
| verkleinwoord | (inzichtje) | (inzichtjes) |
Zelfstandig naamwoord
inzicht o
- het doorhebben hoe iets in elkaar zit
- Hij heeft een goed inzicht in schaak.
- het inzien van iets
- Hij kreeg inzicht in een paar van de belangrijkste documenten.
Vertalingen
1. het doorhebben hoe iets in elkaar zit