inzicht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·zicht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inzicht inzichten
verkleinwoord (inzichtje) (inzichtjes)

Zelfstandig naamwoord

inzicht o

  1. het doorhebben hoe iets in elkaar zit
    Hij heeft een goed inzicht in schaak.
  2. het inzien van iets
    Hij kreeg inzicht in een paar van de belangrijkste documenten.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen