benutten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·nut·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| benutten |
benutte |
benut |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
benutten
- (overgankelijk) nuttig gebruikmaken van iets
- Dit wordt benut om erger te voorkomen.
Verwante begrippen
Vertalingen
1.