aprovechar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Spaans
Uitspraak
Woordafbreking
- a·pro·ve·char
Werkwoord
aprovechar
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aprovechar |
aprovechaba |
aprovechado |
| volledig | ||
- (onovergankelijk) helpen, baten, van nut zijn
- vooruitgaan, vorderen, vooruitkomen vorderingen maken
- (overgankelijk) benutten, gebruiken, gebruikmaken van
- uitbuiten, misbruik maken van
- ontginnen, exploiteren
Synoniemen
- [1] emplear
Verwijzingen
- Real Academia Espanõla, Diccionario de la lengua española