benauwd
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·nauwd
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | benauwd | benauwder | benauwdst |
| verbogen | benauwde | benauwdere | benauwdste |
Bijvoeglijk naamwoord
benauwd
- moeilijk ademend, belemmerd in de ademhaling
- angstig, bang
- zijn lijfspreuk bleef door de jaren heen: "niet van dat benauwde"
- beperkt van ruimte
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. moeilijk ademend
2. angstig
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| benauwen |
benauwd
- voltooid deelwoord van benauwen