angstig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ang·stig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen angstig angstiger angstigst
verbogen angstige angstigere angstigste
partitief angstigs angstigers -

Bijvoeglijk naamwoord

angstig

  1. vol van bange gevoelens
    We hebben zo iets angstigs beleefd! We werden bijna door een grote vrachtauto van de weg gedrukt.
Vertalingen