hebzucht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • heb·zucht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hebzucht -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hebzucht v/m

  1. een overdreven begeerte naar materieel gewin
    Hun hebzucht is vaak wat uiteindelijk dictators ten val brengt.
    Wouter Bos: «De hele crisis betekent de definitieve teloorgang van een systeem dat is gebaseerd op hebzucht, onverantwoorde risico's en perverse beloningen»
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl