ballen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- bal·len
Zelfstandig naamwoord
ballen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bal
Verwante begrippen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ballen |
balde |
gebald |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
ballen
- (overgankelijk) tot een bal tezamen doen
- Hij balde zijn vuist van woede.
- (inergatief) vrij ongericht met een bal spelen
- Dan balden we nog wat verder naar één goaltje.
Noors
Woordafbreking
- bal·len
| Naar frequentie | 1689 |
|---|
Zelfstandig naamwoord
ballen, m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van ball
Zelfstandig naamwoord
ballen, m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van balle
Nynorsk
Woordafbreking
- bal·len
Zelfstandig naamwoord
ballen, m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van ball
Zelfstandig naamwoord
ballen, m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van balle
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Woorden in het Noors
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Nynorsk