ballen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bal·len

Zelfstandig naamwoord

ballen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bal
Verwante begrippen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ballen
balde
gebald
zwak -d volledig

Werkwoord

ballen

  1. (overgankelijk) tot een bal tezamen doen
    Hij balde zijn vuist van woede.
  2. (inergatief) (vrij ongericht) met een bal spelen
    Dan balden we nog wat verder naar één goaltje.
Hyponiemen


Noors

Woordafbreking
  • bal·len
Naar frequentie 1689

Zelfstandig naamwoord

ballen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van ball

Zelfstandig naamwoord

ballen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van balle


Nynorsk

Woordafbreking
  • bal·len

Zelfstandig naamwoord

ballen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van ball

Zelfstandig naamwoord

ballen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van balle