moed
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /mut/
- (Vlaanderen, Brabant): /mut/
- (Limburg): /mud/
Woordafbreking
- moed
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | moed | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
moed m
- dapperheid, lef, branie
- De moed zakte in zijn schoenen toen hij die wankele brug zag.
- inborst, stemming, gemoed
- In goede moed ging hij uit fietsen.
- vertrouwen op een goede afloop
- De atlete had er nogal moed op; een podiumplaats lag binnen haar mogelijkheden.
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
[1] De moed opgeven.
Vertalingen
1. dapperheid, lef, branie
de moed opgeven
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.