badminton
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bad·min·ton
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | badminton | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
badminton o
- (sport) een sport waarbij een shuttle met behulp van een racket over een net geslagen moet worden
- Ik train iedere zaterdag voor badminton.
Afgeleide begrippen
- badmintonbaan, badmintonracket, badmintonshuttle, badmintonwedstrijd, rolstoelbadminton, badmintonnen
Vertalingen
1. een sport waarbij een shuttle met behulp van een racket over een net geslagen moet worden
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| badmintonnen |
badminton
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van badmintonnen
- Ik badminton.
- gebiedende wijs van badmintonnen
- Badminton!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van badmintonnen
- Badminton je?
Engels
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| badminton | - |
Zelfstandig naamwoord
badminton
Frans
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| badminton | le badminton | ||
Zelfstandig naamwoord
badminton
Italiaans
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| badminton | - |
Zelfstandig naamwoord
badminton m
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Sport in het Engels
- Woorden in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Sport in het Frans
- Woorden in het Italiaans
- Zelfstandig naamwoord in het Italiaans
- Sport in het Italiaans