badminton

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Badminton

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bad·min·ton
enkelvoud meervoud
naamwoord badminton -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

badminton o

  1. (sport) een sport waarbij een shuttle met behulp van een racket over een net geslagen moet worden
    Ik train iedere zaterdag voor badminton.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
badmintonnen

badminton

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van badmintonnen
    Ik badminton.
  2. gebiedende wijs van badmintonnen
    Badminton!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van badmintonnen
    Badminton je?


Engels

enkelvoud meervoud
badminton -

Zelfstandig naamwoord

badminton

  1. (sport) badminton


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  badminton     le badminton              

Zelfstandig naamwoord

badminton

  1. (sport) badminton


Italiaans

enkelvoud meervoud
badminton -

Zelfstandig naamwoord

badminton m

  1. (sport) badminton
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen