racket

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rac·ket
enkelvoud meervoud
naamwoord racket rackets
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

racket o

  1. (sport) een sportvoorwerp bestaande uit een frame met een open ring waarover een netwerk van snaren is gespannen en een handvat
    Ik moet mijn racket dringend opnieuw laten besnaren.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie