apparatuur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·pa·ra·tuur
enkelvoud meervoud
naamwoord apparatuur -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

apparatuur v

  1. het geheel aan toestellen en toebehoor dat men voor een bepaalde taak benodigt
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen