annuleren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- an·nu·le·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| annuleren |
annuleerde |
geannuleerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
annuleren
- (overgankelijk) iets afgelasten
- U kunt deze overdracht niet meer annuleren.
Verwante begrippen
- herroepen, ongeldig verklaren, vernietigen
Vertalingen
1. iets afgelasten