ambtenaar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- amb·te·naar
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ambtenaar | ambtenaars, ambtenaren |
| verkleinwoord | ambtenaartje | ambtenaartjes |
Zelfstandig naamwoord
ambtenaar m
- (beroep) een mannelijk persoon die aangesteld is in een door de overheid beheerde dienst
- Er is morgen een vergadering van alle ambtenaars.
Vertalingen
1. een mannelijk persoon die aangesteld is in een door de overheid beheerde dienst
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.