alter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Deens

Woordafbreking
  • al·ter
Naar frequentie 12641
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   alter     alteret
altret  
  altre     altrene  
genitief   alters     alterets
altrets  
  altres     altrenes  

Zelfstandig naamwoord

alter, o

  1. altaar


Engels

vervoeging
onbepaalde wijs to alter
he/she/it alters
verleden tijd altered
voltooid
deelwoord
altered
onvoltooid
deelwoord
altering
gebiedende wijs alter

Werkwoord

alter

  1. (overgankelijk) wijzigen


Latijn

Bijvoeglijk naamwoord

alter m, altera v, alterum o (gen. alterius, dat. alteri)

  1. de andere
Rangtelwoord (lat)
0
1 11 10 100 103
2
2
12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Rangtelwoord

alter

  1. tweede
    «Dum te intueor, alterum me mihi intueri videor.»
    Terwijl ik naar jou kijk, krijg ik de indruk dat ik naar een tweede ik kijk.
Opmerkingen
  • Alter is het normale Latijnse woord voor "tweede". Secundus wordt enkel gebruikt in een hiërarchie, zoals die van een wedstrijd of een toneelstuk.