afwikkelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·wik·ke·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afwikkelen
wikkelde af
afgewikkeld
zwak -d volledig

Werkwoord

afwikkelen

  1. (overgankelijk) een opgewikkelde draad of kabel van de spil verwijderen door deze te draaien
    Hij had de draad te ver ineens afgewikkeld en deze raakte daardoor hopeloos verward in een grote knoop.
  2. (overgankelijk) een bepaalde zaak geheel afhandelen
    Die boedelscheiding moet eerst nog afgewikkeld worden.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen