afwikkelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·wik·ke·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afwikkelen |
wikkelde af |
afgewikkeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
afwikkelen
- (overgankelijk) een opgewikkelde draad of kabel van de spil verwijderen door deze te draaien
- Hij had de draad te ver ineens afgewikkeld en deze raakte daardoor hopeloos verward in een grote knoop.
- (overgankelijk) een bepaalde zaak geheel afhandelen
- Die boedelscheiding moet eerst nog afgewikkeld worden.