afhalen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afhalen |
haalde af |
afgehaald |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
afhalen
- (overgankelijk) goederen die klaargelegd zijn in bezit komen nemen
- Je kunt daar nasi of bami afhalen.