afdwingen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·dwin·gen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afdwingen |
dwong af |
afgedwongen |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
afdwingen
- (overgankelijk) onder dwang iets verkrijgen
- Zij verklaarde dat haar huwelijk met een moslim afgedwongen was.