dwingen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- dwin·gen
Vaste voorzetsels
- dwingen tot
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| dwingen |
dwong |
gedwongen |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
dwingen
- (overgankelijk) iemand tegen zijn wil iets opleggen
- Hij werd gedwongen om zijn huis te verlaten.