force

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
force forces/force

Zelfstandig naamwoord

force

  1. macht
  2. kracht
  3. truc
vervoeging
onbepaalde wijs to force
he/she/it forces
verleden tijd forced
voltooid
deelwoord
forced
onvoltooid
deelwoord
forcing
gebiedende wijs force

Werkwoord

force

  1. dwingen, noodzaken


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  force     la force     forces     les forces  

Zelfstandig naamwoord

force v

  1. kracht
    «Force musculaire.»
    Spierkracht.