afbuigen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- af·bui·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afbuigen |
boog af |
afgebogen |
| klasse 2 | volledig | |
Werkwoord
afbuigen
- (overgankelijk) van richting veranderen
- De laserbundel werd bij binnentreden van de vloeistof enige graden afgebogen.