afbuigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • af·bui·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afbuigen
boog af
afgebogen
klasse 2 volledig

Werkwoord

afbuigen

  1. (overgankelijk) van richting veranderen
    De laserbundel werd bij binnentreden van de vloeistof enige graden afgebogen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen