adverb

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
adverb adverbs

Zelfstandig naamwoord

adverb

  1. (grammatica) bijwoord, adverbium


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·verb
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

adverb o

  1. (grammatica) bijwoord, adverbium
Verbuiging
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·verb
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

adverb o

  1. (grammatica) bijwoord, adverbium
Verbuiging
Afgeleide begrippen


Roemeens

enkelvoud meervoud
nominatief en accusatief adverb adverbe
lidwoordsvorm adverbul adverbele
datief en genitief adverbului adverbului
vocatief adverbule adverbelor
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

adverb o

  1. (grammatica) bijwoord, adverbium


Zweeds

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

adverb o

  1. (grammatica) bijwoord, adverbium
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen