activiteit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: activiteit (hulp, bestand)
Woordafbreking
- ac·ti·vi·teit
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | activiteit | activiteiten |
| verkleinwoord | activiteitje | activiteitjes |
Zelfstandig naamwoord
activiteit v
- een bepaalde werkzaamheid, verrichting
- De activiteiten moesten gestopt worden omdat er geen geld meer was.
- beweging
- Bij de man die op de grond lag was geen activiteit meer te ontdekken.
- toestand waarin veel handelingen worden verricht
- (natuurkunde) mate waarin radioactieve stoffen uiteenvallen, radioactiviteit
Synoniemen
- [1] bezigheid, bedrijvigheid
Hyponiemen
- bedrijfsactiviteit, darmactiviteit, handelsactiviteit, havenactiviteit, hoofdactiviteit, hyperactiviteit, ik-activiteit, lobbyactiviteit, ontwikkelingsactiviteit, overheidsactiviteit, radioactiviteit, spionageactiviteit, zelfactiviteit
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. iets waarmee men actief is
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.