activiteit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·ti·vi·teit
enkelvoud meervoud
naamwoord activiteit activiteiten
verkleinwoord activiteitje activiteitjes

Zelfstandig naamwoord

activiteit v

  1. iets waarmee men actief is
    De activiteiten moesten gestopt worden omdat er geen geld meer was.
  2. beweging.
    Bij de man die op de grond lag was geen activiteit meer te ontdekken.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen