activiteit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: activiteit (hulp, bestand)
Woordafbreking
- ac·ti·vi·teit
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | activiteit | activiteiten |
| verkleinwoord | activiteitje | activiteitjes |
Zelfstandig naamwoord
activiteit v
- iets waarmee men actief is.
- De activiteiten moesten gestopt worden omdat er geen geld meer was.
- beweging.
- Bij de man die op de grond lag was geen activiteit meer te ontdekken.
Synoniemen
- [1] bezigheid
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. iets waarmee men actief is