accepteren

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·cep·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
accepteren
accepteerde
geaccepteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

accepteren

  1. (overgankelijk) aanvaarden.
    Ik zal dat dan voor één keer accepteren...
  2. (overgankelijk) aannemen, graag ontvangen.
    Vanzelfsprekend accepteren wij deze donatie graag.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen