aanvaarden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: aanvaarden (hulp, bestand)
Woordafbreking
- aan·vaar·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanvaarden |
aanvaardde |
aanvaard |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aanvaarden
- (overgankelijk) beginnen, ondernemen
- (overgankelijk) in bezit ontvangen, aannemen
- (overgankelijk) te dulden achten, aanvaardbaar achten
- Dit onrecht is moeilijk te aanvaarden.
- (overgankelijk) op zich nemen
Synoniemen
- [1] accepteren
Vertalingen
1.
4. op zich nemen