abrupt
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ab·rupt
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | abrupt | abrupter | meest abrupt |
| verbogen | abrupte | abruptere | meest abrupte |
Bijvoeglijk naamwoord
abrupt
- plotseling.
- Er was een abrupte verandering in de temparatuur.
Bijwoord
abrupt
- plotseling.
- De temparatuur veranderde abrupt.