abrupt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·rupt
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen abrupt abrupter meest abrupt
verbogen abrupte abruptere meest abrupte

Bijvoeglijk naamwoord

abrupt

  1. plotseling.
    Er was een abrupte verandering in de temparatuur.

Bijwoord

abrupt

  1. plotseling.
    De temparatuur veranderde abrupt.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen